Meer informatie

Echoscopie in eigen praktijk

Echoscopie is een techniek waarbij door middel van ultrageluid structuren, weefsel en organen in het lichaam in beeld wordt gebracht. Ultrageluid bestaat uit hoogfrequente geluidsgolven die een transducer uitzendt. Het menselijk oor kan deze geluidsgolven niet horen. De inwendige organen, weefsels en structuren kaatsen deze geluidsgolven terug en zo worden deze zichtbaar op het scherm. Er zijn twee soorten transducers. De ene transducer maakt de afbeelding via de buikwand (abdominaal). We noemen dit uitwendige echoscopie. De andere transducer, die dun en langwerpig is, maakt de afbeeldingen via de vagina. Dit noemen we een inwendige echo.

Tijdens de zwangerschap maken wij in principe twee tot drie echo’s in de praktijk. Als het medisch gezien noodzakelijk is, maken we op indicatie extra echo’s. De eerst mogelijke echo is de vitaliteitsecho. De tweede echo is de termijnecho. De derde echo is de liggingsecho die we rond 35 weken maken. Daarnaast is er de mogelijkheid te kiezen voor een vroege screeningsecho, de 13-weken echo. Rond 20 weken zwangerschapsduur kun je nogmaals een screeningsecho laten verrichten, de 20-weken echo. De screeningsecho’s worden uitgevoerd in FARA, ons prenatale screeningscentrum.

Tarieven
Alle echo’s die op medische indicatie worden verricht, vallen onder de basisverzekering. De kosten hiervan worden vergoed door je zorgverzekeraar.

Meld je aan

In de verloskunde wordt al lange tijd echoscopisch onderzoek toegepast. Tot op heden zijn er geen overtuigende nadelige gevolgen of schadelijke effecten bij de mens vastgesteld, maar dit sluit effecten op de lange termijn niet uit. Een garantie dat onbekende ongewenste effecten nooit zullen optreden, is niet te geven. Daarom is het verstandig voorzichtig te zijn en echoscopie niet lichtvaardig te gebruiken. We hanteren hierbij het ALARA-principe, wat staat voor As Low As Reasonably Achievable.

Een echo kan geen miskraam veroorzaken en bij bloedverlies kan een vaginale echo geen kwaad. Het kan echter wel onverwachte zaken aan het licht brengen, wat een grote schok kan zijn. Dit kan je de gelegenheid geven om je emotioneel voor te bereiden op de geboorte van een kind met een afwijking, maar het kan ook veel zorgen en soms onzekerheid met zich meebrengen gedurende de rest van de zwangerschap. Gelukkig worden de meeste kinderen zonder afwijkingen geboren, maar in sommige gevallen kan bij zeer ernstige afwijkingen worden overwogen om de zwangerschap af te breken, op verzoek van de ouders.

Soms kan een echo onterechte ongerustheid veroorzaken door verkeerde metingen of het vermoeden van een afwijking die later niet wordt bevestigd. Het kan ook gebeuren dat niet alle afwijkingen echoscopisch worden opgemerkt of dat ze pas later ontstaan. Een normale echo geeft geen garantie op een gezond kind, omdat niet alle aandoeningen en afwijkingen zichtbaar zijn tijdens echoscopisch onderzoek. Als je liever niet geïnformeerd wilt worden over afwijkende bevindingen, geef dit dan voorafgaand aan het onderzoek aan bij de echoscopist.

Wanneer je het prettig vindt kunnen we een eerste vroege echo (vitaliteitsecho) maken. Hierbij kijken wij of de zwangerschap in de baarmoeder zit en of het om een eenling- of meerling zwangerschap gaat. Ook zien we of het hartje klopt en meten we hoe ver je ongeveer zwanger bent. De daadwerkelijke uitgerekende datum stellen we vast bij de termijnecho. Deze vindt bij voorkeur plaats tussen 10 en 12 weken zwangerschapsduur. We meten de baby dan op van kruin tot stuit. Op basis van deze meting berekenen we je daadwerkelijke uitgerekende datum.

Bij de termijnecho zullen we in eerste instantie proberen de baby via de buikwand in beeld te brengen. Een volle blaas helpt om goed beeld te krijgen, zorg daarom bij de termijnecho voor een volle blaas. Voor het maken van de echo mag je op de onderzoeksbank gaan liggen en je buik bloot maken. Om goede geleiding van de geluidsgolven te krijgen, brengen we gel aan op de onderbuik. We maken via de buik, door middel van een transducer, het beeld.

Het drukken van de transducer op de volle blaas kan wat onaangenaam zijn, maar een uitwendige echo is niet pijnlijk. Wanneer je 10 weken zwangerschap bent, lukt het meestal om de echo via de buik te maken.

Is je baarmoeder niet goed in beeld te krijgen via de buikwand, dan verzoeken we je eerst even te gaan plassen om je blaas te legen. We kijken dan via de vagina inwendig met de echo. Ben je minder dan 10 weken zwanger? Dan is de kans groot dat we met een inwendige echo gaan kijken. Bij een inwendige echo lig je vaak met een kussen onder je billen. Je doet je onderbroek uit. De transducer is een lange dunne staaf. Hier doen we een condoom omheen. De transducer wordt in de vagina ingebracht.

Sommige vrouwen hebben moeite met een inwendige echo. Dat kan te maken met een eerder pijnlijk gynaecologisch onderzoek of nare seksuele ervaringen in het verleden. Mocht dit bij jou het geval zijn, bespreek het dan met ons en degene die het onderzoek doet. We kijken dan samen hoe we het onderzoek op een voor jou aanvaardbare manier kunnen uitvoeren. Soms kan bijvoorbeeld het zelf inbrengen van de transducer minder vervelend zijn.

Aan het einde van de zwangerschap, rond 35 weken, maken wij in onze praktijk een liggingsecho. Doel van deze echo is, als aanvulling op het uitwendig onderzoek (voelen van de buik tijdens de controles), bekijken of de baby met het hoofd naar beneden ligt. Ook meten we de hoeveelheid vruchtwater en kijken naar de plaats waar de moederkoek in de baarmoeder ligt. Soms wordt, wanneer er twijfel bestaat over de groei, je baby nog een keer opgemeten. Uit onderzoek blijkt dat het echoscopisch groei meten bij 35 weken niet erg betrouwbaar is. Om die reden voeren wij deze echo niet standaard uit.

Met een liggingsecho kunnen we zekerheid geven over de ligging van je kind. Voor een bevalling is het fijn als een baby in een hoofdligging ligt. Dat betekent dat je kind met het hoofd naar beneden ligt. Drie tot vier procent van de kinderen ligt rond 35 weken met de billen naar beneden, dat noemen we een stuitligging. Meer informatie over de mogelijkheden bij een stuitligging vind je hier.

De  13 weken en 20 weken echo worden ook wel structureel echoscopisch onderzoek genoemd. Het doel van deze echo’s is onderzoek naar de aanwezigheid van lichamelijke afwijkingen bij de baby. Een lichamelijke afwijking betekent dat een deel van het lichaam van de baby er anders uitziet dan normaal. Voorbeelden van lichamelijke afwijkingen zijn een open rug, een open schedel, waterhoofd, hartafwijkingen, gat in het middenrif, gat in de buikwand, afwijking van de nieren of een afwijking van de botten. Daarnaast kijkt de echoscopist naar de groei van je kindje, de ligging van de placenta en de hoeveelheid vruchtwater. Beide echo’s vallen binnen de basisverzekering en worden vergoed door je zorgverzekering.

Als er een afwijkende bevinding te zien is, zijn de gevolgen voor het kind niet altijd duidelijk. De mogelijkheid tot vervolgonderzoek wordt met jullie besproken. Bij de 20-weken echo bestaat dat meestal eerst uit een uitgebreid echoscopisch onderzoek in het ziekenhuis. Soms kan het zijn dat de mogelijkheid voor ander (aanvullend) diagnostisch onderzoek wordt besproken, zoals een vruchtwaterpunctie of bloedonderzoek.

Wanneer er geen bijzonderheden te zien zijn bij deze echo’s geeft dit geen garantie op een gezond kind. Niet alle afwijkingen kunnen namelijk op een echo worden gezien. Voor meer informatie over de  13 weken en 20  weken echo kun je hier online de folder in verschillende talen bekijken.

In sommige gevallen raden wij extra echo’s aan. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat je eerder bevallen bent van een kind met een hoog of juist een laag geboortegewicht. Of als we bij het uitwendig onderzoek twijfelen over de groei van je baby. Ook kan leefstijl, bijvoorbeeld roken tijdens de zwangerschap hiertoe aanleiding geven.

Bij een groei echo wordt de hoofdomtrek, de buikomtrek en de lengte van het bovenbeen van je kind opgemeten. Ook kijken we naar de hoeveelheid vruchtwater. We herhalen een groei-echo na ongeveer twee weken. De metingen worden in een curve geplaatst. We kijken dan of je kind op z’n eigen curve doorgroeit. Wanneer het kindje niet voldoende of teveel groeit, verwijzen we je naar de gynaecoloog voor verder onderzoek.

Het kan zijn dat de moederkoek (placenta) te dicht bij of over de baarmoedermond ligt. We kijken dan rond 30-32 weken zwangerschapsduur nogmaals naar de ligging van de moederkoek. Dit gebeurt bij FARA. Meestal is de moederkoek bij 30-32 weken opgetrokken en ligt deze niet meer te dicht bij de baarmoedermond. Als de moederkoek wel over de baarmoedermond ligt kun je niet vaginaal bevallen. Je bevalt dan met behulp van een keizersnede.

Minder informatieMeer informatie