Hielprik & gehoorscreening

Iedere pasgeboren baby krijgt een hielprik en een gehoortest. Dit gebeurt in de eerste week na de geboorte, tussen de vierde en zevende dag. Een medewerker van het screeningsteam van het consultatiebureau komt hiervoor bij jullie thuis.

hielprik gehoorscreening

Klik hier om de informatie te lezen

Hielprik
Er zal uit het hieltje van de baby bloed afgenomen worden. Dit gebeurt met een speciaal prikkertje en de druppeltjes bloed worden dan opgevangen op een vel papier met speciaal daarvoor geprepareerde rondjes. Het bloed wordt opgestuurd naar een laboratorium en daar onderzocht op een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Dit betreft onder andere een ziekte van de schildklier, een ziekte van de bijnier, een vorm van bloedarmoede (sikkelcelziekte), een ziekte van de longen (taaislijmziekte) en een aantal stofwisselingsziektes. De meeste van deze aandoeningen zijn erfelijk en komen niet vaak voor. De aandoeningen zijn niet te genezen. Als de aandoeningen op tijd worden opgespoord, kan er behandeling, bijvoorbeeld door middel van medicijnen of met behulp van een bepaald dieet, worden ingezet waardoor schade aan de ontwikkeling van het kind kan worden beperkt of voorkomen kan worden.

Gehoorscreening
De gehoortest is een snelle en pijnloze test waarbij er gemeten wordt of er mogelijk problemen zijn met het gehoor van je baby. De baby krijgt een dopje in het oor. Het screeningsapparaat stuurt geluid het oor in en de terugkomende geluidjes worden via een microfoontje in het dopje geregistreerd. Die moeten binnen een bepaalde norm zijn. Als het gehoor op dat moment niet voldoende is, wordt de test altijd op een later moment herhaald.

Voor meer informatie over de hielprik en de gehoorscreening kun je de folder ‘Screening bij pasgeborenen’ lezen van het RIVM.

Direct inschrijven